Bang om te falen?

Vijf vragen om over na te denken

Ik keek nog eens goed naar de foto.
O, nee. Slik…
Ja, ik was het echt.
Ik was duidelijk te herkennen aan mijn knalrode jack.
De foto stond in een tijdschrift en hoorde bij een reportage over een schaatscursus op de Weissensee.

Het was de bedoeling dat ik soepel schaatsend op de foto stond.
Maar zo zag het er niet uit.
Je zag geen Jorien ter Mors. Laat staan een Ireen Wust.
Nee, ik trainde duidelijk niet voor de Olympische Spelen.

Je zag een verkrampte vrouw met x-benen die angstig naar het ijs keek.
Het bijschrift onder de foto luidde: ‘en de deelnemers ploeterden voort.’

Gelukkig stond mijn zonnebril me wel heel sportief.

Ik was die week op cursus omdat ik graag goed wilde leren schaatsen.
Maar ik was vooral bezig met niet op m’n bek te gaan.
Ik was bang om te vallen en te falen.

Hoe vaak denken we dat wel niet?
Ik hoor het m’n klanten wel eens zeggen: ik ben bang om te falen.
Hun CV is een opsomming van prachtige resultaten en ervaringen.
En toch zijn ze bang om op een dag door ’t ijs te zakken.

Als een prutsende beginner.
Als iemand die het toch niet waar kan maken.
Als iemand die compleet door de mand valt.

Zie je wel…!

Die angst verlamt ons en zorgt er voor dat we stil komen te staan.
Of nog maar moeilijk vooruitkomen, zoals ikzelf die dag op de Weissensee.

OK, laten we een sommetje maken.
Hoe vaak heb jij in je leven gefaald? Schrijf het getal op.
Hoe vaak heb je gedacht dat je zou falen? Schrijf ook dat getal op.
Hoe groot is het verschil?
Precies.

We denken dat we zullen falen of mislukken of iets niet goed doen.
We denken: ‘Ja, het is nu al wel een hele tijd goed gegaan.
Maar wie zegt dat het me de volgende keer ook weer lukt.’
En voor je ‘t weet, beland je in een faalspiraal.

Maar wees eerlijk: hoe vaak heb je echt gefaald?
Echt?

Want wat is echt falen?
Heb je gefaald als je iets verkeerds doet?
Heb je gefaald als je iets niet meteen goed kunt?
Heb je gefaald als je valt?
Faal je als naar rechts bent gegaan, terwijl linksaf beter voor je was?

Welnee.

Falen doe je pas echt als je niets doet met de ervaring.

Want fouten kun je herstellen of ruiterlijk toegeven.
En alles dat valt, staat ook weer op.
Je leert daarbij iets dat je daarvoor nog niet wist.
Namelijk dat je nog wel wat oefening nodig hebt.
Of dat je wel wat hulp kunt gebruiken.
Of ‘t op een ander moment nog maar eens moet proberen.
Of dat je het voortaan anders aan moet pakken.

En als je dan toch faalt, doe ’t dan met klasse, drama en elegantie.
Glij uit en laat je sierlijk vallen.
Als je faalt, doe het dan voor een Oscar.
Maak er een feest van. Vier je falen. Geef het ruiterlijk toe.
En bedank iedereen die heeft meegewerkt aan jouw falen voor hun bijdrage.
(vergeet daarbij vooral je ouders niet ;-))

Want des te dramatischer je denkt over je (zogenaamde) mislukkingen.
Des te eerder je ontdekt dat het eigenlijk niet zo veel voorstelt.
En dat het allemaal niet zo erg is.

Want wat is falen nou helemaal?
Ja, je valt.
Ja, je deed misschien iets onhandigs.
Ja, misschien zelfs iets heel stoms.
En wat is de les?
Schrik niet.
Je bent niet perfect.

So what?

‘De wereld is voor iedereen wel eens vergaan en toch bestaat ze nog steeds.’
las ik ooit ergens.

Of zoals Brene Brown zegt: ‘You’re imperfect and you’re enough.’

En zo is het.

Falen bestaat niet.
Vallen wel. Opstaan ook.

Vijf vragen om over na te denken:

1. Wat zou je willen doen, maar doe je niet omdat je bang bent om te falen?

2. Waar ben je precies bang voor? Schrijf het allemaal op.

3. Wat kan je nu eigenlijk echt gebeuren? Schrijf ook dat op.

4. Bedenk dan: hoe erg is ’t eigenlijk echt wat me kan overkomen?

5. Stel dat het ergste scenario waarheid wordt, hoe kun je dan zo goed mogelijk met die situatie omgaan? Wees creatief en vergeet daarbij nooit: alles dat valt, staat weer op.

Ik wens je meesterlijke faalmomenten toe.

Laat hieronder een reactie achter als je wilt.
Of stuur me hier een mail met je meest glorieuze faalmoment.

Ik ben benieuwd.

Reageer