Waar ligt jouw veerkracht?

Over klappen, keuzes en krakende plankjes

Toen ik nog onsportief in het kwadraat was, ging ik op Taekwondo.
Op de open dag van de sportschool zag ik mensen in witte pakken sierlijke maar stoere bewegingen maken. Ze trapten met hun voeten plankjes door.
Vanaf dat moment was ik verkocht.
Ik wilde ook plankjes doortrappen.
Je moest er wel de rode band met zwarte slip voor halen voor je zover was.
Lees: twee jaar intensief trainen.

Niet dat ik daar nou zo’n zin in had.
Maar ik studeerde, had tijd over en deed niet mee aan jaarclubjes, groepsactiviteiten en ander ontgroeningsgedoe.

Dus ging ik, die bij gym altijd als laatste werd gekozen,
die bij de enige handstand die ik ooit voor elkaar klungelde applaus kreeg voor de uitzonderlijke prestatie, die door de sportleraar uit de les werd gehaald om mee te helpen in plaats van mee te doen – ik was een tenslotte een hopeloos geval – aan vechtsporttraining doen.

Leuk. Niks aan de hand. Een beetje bewegen op de maandagavond.

Een man met een mes in een metrogang in Parijs veranderde alles.
Ik durfde ’s avonds niet meer alleen te fietsen.
Ik keek vaker achterom dan me lief was.
En als ik een man alleen op straat zag lopen, ogenschijnlijk zonder doel, gingen bij mij de alarmbellen af. Aanranderalert.

Ik was bang geworden. Doodsbang.
De Taekwondoschool aan de andere kant van de stad hielp daar niet bij.
En al helemaal niet omdat ik om er te komen door een donkere tunnel moest fietsen. Maar ik was vastbesloten.
Ik wilde me weer veilig voelen.
Op de heenweg fietste ik in recordtempo door de tunnel.
Aangekomen bij de sportschool liep het zweet al van m’n rug.
Van pure angst.
Vanaf dat moment werd de sport serieus.
Ik ging drie keer per week trainen én wedstrijdtrainingen doen.
Alsof m’n leven er van af hing.
Alsof ik mezelf klaar wilde stomen voor de Olympische Spelen.
Alsof er niets anders meer bestond.

De avond dat ik mijn diploma én de rode band met de zwarte slip haalde, zal ik nooit vergeten. Ik trapte eindelijk die plankjes door. Nog kan ik het geluid van het gekraak oproepen.
Het applaus dat volgde was mijn Olympische medaille.
Zelden heb ik me zo trots gevoeld.
Ik durfde ’s avonds weer alleen over straat.
Al kijk ik nog steeds wel eens achterom.

Na twee jaar hard trainen ontdekte ik wat veerkracht betekende.
Kracht die je nodig hebt om terug te veren als je klappen hebt gehad.
Het is precies wat je nodig hebt om krachtige keuzes te maken.
Je hebt veerkracht nodig om een keuze maken.
En veerkracht om door te zetten op de momenten dat het tegen zit.

Sommige keuzes lijken van de buitenkant glitter en glamour.
Als ik aan mensen vertel dat ik bijna de zwarte band in Taekwondo heb, is dat een stoer verhaal. En al ben ik er trots op; het is alleen de buitenkant.
Er wordt soms vergeten dat aan sommige keuzes en prestaties een heel verhaal voorafgaat. Het verhaal dat we vaak niet kennen.
En al doen sommige verhalen je geloven alsof er nooit sprake is geweest van bloed zweet en tranen, trap er niet in.
Zonder binnenkant geen buitenkant.
Het is én-én.

Het is de moeite waard je niet alleen te verdiepen in de keuzes of het succes van anderen. Maar vooral te luisteren naar de verhalen die daaronder liggen.
Daar waar het schuurde. Daar waar je blauwe plekken opliep.
Daar waar het er op aan kwam. Daar waar je veerkracht nodig had.

Welke prestatie was jouw Olympische medaille?
Wat bereikte jij met bloed, zweet en tranen?
Welk verhaal kent niet iedereen, en hoeft iedereen ook niet te kennen,
maar heeft je gevormd tot wie je nu bent?
Waar ligt jouw veerkracht?

Reageer